PARAMARIBO – De langslepende juridische strijd tussen Baitali NV en de staat Suriname over een miljoenenproject voor de rehabilitatie...

van wegen blijft de overheid geld kosten. Inmiddels heeft de Staat al SRD 918.450 aan verbeurde dwangsommen uitbetaald, terwijl de uitvoering van een rechterlijk vonnis nog steeds uitblijft.
De kwestie draait om een aanbesteding voor infrastructurele werkzaamheden aan onder meer de Van ’t Hogerhuysstraat en de Slangenhoutstraat. Het project wordt gefinancierd door de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) en vertegenwoordigt een waarde van tientallen miljoenen Amerikaanse dollars. Bij de aanbesteding, die eind 2024 werd gehouden, dienden vijf bedrijven een offerte in. Baitali NV kwam daarbij met de laagste inschrijving van ongeveer USD 19,3 miljoen. Desondanks werd het project in maart 2025 gegund aan Kuldipsingh Infra NV, dat een aanzienlijk hoger bedrag van ongeveer USD 22,7 miljoen had aangeboden.
Baitali legde zich daar niet bij neer en stelde dat zijn inschrijving ten onrechte ongeldig was verklaard. Volgens het bedrijf waren de beoordelingscriteria niet op een transparante en objectieve manier toegepast. Nadat bezwaren bij zowel de Project Implementation Unit (PIU) van het ministerie van Openbare Werken als de IDB geen bevredigend resultaat opleverden, stapte Baitali naar de rechter.
De kantonrechter gaf het bedrijf uiteindelijk gelijk. In het vonnis werd geoordeeld dat Baitali ten onrechte buiten de gunning was gehouden. De rechter droeg de Staat op om de gunning aan Kuldipsingh in te trekken, de aanbestedingsprocedure opnieuw uit te voeren en Baitali opnieuw als geldige inschrijver mee te nemen. Ook werd de uitvoering van het project voorlopig stilgelegd.
Hoewel de Staat aanvankelijk hoger beroep instelde tegen de uitspraak, werd dat later op verzoek van de minister van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening ingetrokken. Daardoor kreeg het vonnis definitieve rechtskracht en bleef de uitspraak volledig van kracht.
De IDB hield ondertussen vast aan haar eigen beoordeling. Volgens de bank waren de aanbestedingsregels correct toegepast en zijn er geen aanwijzingen gevonden voor corruptie of onregelmatigheden. Wel waarschuwde de financier voor mogelijke gevolgen voor de voortgang en financiering van het project.
Ondanks het definitieve vonnis stelt Baitali dat de Staat nog altijd geen uitvoering heeft gegeven aan de rechterlijke uitspraak. Daarom startte het bedrijf in januari 2026 opnieuw een rechtszaak. Daarbij wordt gevraagd om de reeds opgelegde dwangsom drastisch te verhogen naar SRD 1 miljoen per dag. Die zaak is momenteel nog in behandeling bij de kantonrechter. De kwestie legt opnieuw de spanning bloot tussen rechterlijke uitspraken, aanbestedingsprocedures en de financiële gevolgen voor de Staat wanneer gerechtelijke bevelen niet tijdig worden nageleefd.