PARAMARIBO – De regering wil cassave een prominentere plaats geven binnen de Surinaamse landbouwsector en ziet het gewas als een mogelijke motor voor...

voedselzekerheid en toekomstige exportontwikkeling. Volgens president Jennifer Simons beschikt Suriname over natuurlijke voordelen voor de teelt van cassave, maar vormt een toenemende ziekteproblematiek een bedreiging die snel moet worden aangepakt. Tijdens het bezoek aan Brazilië is er daarom ook technische ondersteuning gevraagd voor cassaveproductie en productie van andere resistente gewassen. Waar Suriname traditioneel sterk afhankelijk is geweest van een beperkt aantal landbouwproducten, ziet de regering in cassave mogelijkheden om de sector verder te diversifiëren. Volgens Simons groeit de internationale belangstelling voor cassave en afgeleide producten, waardoor ook nieuwe economische kansen ontstaan voor landen die over geschikte productieomstandigheden beschikken. “Cassave maakt in de wereld een opmars”, zegt de president.
Volgens haar gaat het inmiddels om veel meer dan een traditioneel voedingsproduct. Cassave wordt internationaal verwerkt in uiteenlopende producten, waaronder zetmeel, meel en andere voedingsmiddelen. Ook in Suriname zijn reeds initiatieven ontwikkeld waarbij cassavemeel gedeeltelijk wordt verwerkt in broodproducten. Dat kan volgens de regering bijdragen aan vermindering van de afhankelijkheid van geïmporteerde grondstoffen. Naast economische voordelen ziet Simons ook mogelijkheden op het gebied van voedselzekerheid. Omdat cassave relatief gemakkelijk groeit onder lokale omstandigheden, kan deze volgens haar een belangrijk product worden voor zowel binnenlandse consumptie als exportdoeleinden.
Tegelijkertijd waarschuwde de president voor de risico’s die ontstaan door ziekten binnen de cassaveteelt. Volgens haar is reeds vastgesteld dat bepaalde ziekten de productie kunnen aantasten en zich snel kunnen verspreiden wanneer landbouwers niet voorzichtig omgaan met plantmateriaal. Zij riep landbouwers daarom op om niet ondoordacht planten uit bestaande aanplantingen te verplaatsen naar andere gebieden. “Mensen moeten niet zomaar hun cassave uittrekken en aan iemand anders geven om te planten”, zegt Simons. Volgens haar is het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij reeds gestart met voorlichting en begeleiding, maar de regering kijkt tegelijkertijd naar structurele oplossingen.
Een belangrijke rol daarbij kan worden gespeeld door Embrapa, het Braziliaanse landbouwonderzoeksinstituut. Volgens Simons wordt daar gewerkt aan resistente cassaverassen die beter bestand zijn tegen ziekten. Indien Suriname toegang krijgt tot dergelijke varianten, kan dat volgens haar een belangrijke stimulans vormen voor de sector. Voor de regering lijkt cassave daarmee meer te zijn geworden dan een landbouwgewas alleen. Het product wordt gezien als onderdeel van een bredere strategie om de landbouwsector te versterken en tegelijkertijd nieuwe economische kansen te creëren.