Bondscoach Gilmar Jones is teleurgesteld over de resultaten van de Surinaamse badmintonselectie tijdens de Centraal-Amerikaanse en Caribische Spelen in Santo Domingo.

Zowel Rivano Bisphan als Imani Mangroe wist in het enkelspel geen wedstrijd te winnen, terwijl ook het mixeddubbelduo Bisphan/Mangroe vroegtijdig werd uitgeschakeld.
Jones had verwacht dat beide spelers minimaal de volgende ronde zouden bereiken. Vooral het verlies van Mangroe stemde hem teleur, omdat zij in de eerste set lange tijd de controle had. “Ze moeten haar spel vasthouden en blijven spelen zoals ze begonnen. Maar daarna zag je veel onnodige fouten: ballen in het net en uitgeslagen. Als de tegenstander dichterbij komt, merk je dat een speler nerveus wordt. Het verschil wordt steeds kleiner, daarna komt de stand gelijk en vervolgens neemt de tegenstander het initiatief over. Dat heeft een grote rol gespeeld.” Mangroe strandde in de ronde van 32 na een nederlaag in twee sets tegen Monyata Riviera uit Barbados: 15-21 en 17-21.
Ook Bisphan kon geen stunt forceren in het herenenkel. Hij verloor in de zestiende finales van de Colombiaan Nicolás Morales met 9-21 en 17-21. In de tweede set knokte de Surinamer zich knap terug na een achterstand, maar in de slotfase kwam hij tekort. Volgens Jones maakt juist dat de uitschakeling extra zuur. “Daarom ben ik teleurgesteld. Ik had echt verwacht dat ze allebei een ronde verder zouden komen.”
In het mixeddubbel waren de verwachtingen realistischer. Bisphan en Mangroe troffen in de zestiende finales het sterke Salvadoraanse duo Uriel Canjura en Fátima Centeno. “Het waren twee sterke spelers uit El Salvador. Canjura staat in de top 100 van de wereld en werd vorig jaar ook kampioen van de Suriname International. Toen we bij de loting aan hen werden gekoppeld, wisten we dat het geen gemakkelijke wedstrijd zou worden.” Toch zag Jones ook positieve punten in het optreden van zijn pupillen. “Ze begonnen goed en bleven tot aan de pauze in de eerste set dichtbij. Daarna namen de tegenstanders afstand en werd het moeilijk om nog terug te komen.”