Met zijn zesde Europese titel is Luis Enrique sinds woensdag de op twee na succesvolste trainer in Europese clubcompetities. Ook trad hij met Paris Saint-Germain in de voetsporen van onder meer Ajax.

Dankzij de zege op Aston Villa schreef Enrique in de vorm van de Super Cup zijn zesde Europese titel bij, nadat hij die prijs al tweemaal eerder won en drie keer zegevierde in de Champions League. Alleen Carlo Ancelotti (tien stuks) en Pep Guardiola (zeven stuks) wonnen er meer. Bovendien betekende het de tweede Super Cup-zege op rij voor PSG, iets wat eerder alleen Ajax (1973, 1974), AC Milan (1989, 1990) en Real Madrid (2016, 2017) lukte. Dat de Parijzenaren andermaal van een Engelse opponent wonnen, was overigens bepaald geen verrassing. Voor Désiré Doué werd het een speciale avond. Hij was met een doelpunt en een assist van grote waarde in de Super Cup en werd na Pavel Pogrebnyak (Zenit Sint-Petersburg, 2008), Sergio Agüero (Atlético Madrid, 2010), Lionel Messi (Barcelona, 2011) en Luis Suárez (Barcelona, 2015) de vijfde speler die dat presteerde. Bovendien is de WK-ganger met drie doelpunten nu topscorer van PSG in Europese finales en voegde hij zich in een illuster rijtje met een tweetal Ajax-iconen. Villa beleefde minder plezier aan de Super Cup. Trainer Unai Emery stond al niet bekend om zijn successen in het duel der Europese kampioenen en daar veranderde tegen PSG niets aan. Voor de vierde keer ging de Spanjaard, die altijd als Europa League-winnaar tot het affiche behoorde, onderuit in de Super Cup. Niemand deed dat vaker, alleen José Mourinho (drie nederlagen) komt in de buurt. (VI)