FIFA heeft ontkend dat de bal een boven het veld gespannen kabel heeft geraakt in aanloop naar de gelijkmaker van...

Engeland tegen Noorwegen in de kwartfinale van het WK. Volgens de wereldvoetbalbond is er "geen enkel bewijs" dat de bal tijdens de spelsituatie contact maakte met de kabel.
De discussie ontstond vlak voor rust, toen doelman Ørjan Nyland een doeltrap nam. De bal leek tijdens zijn vlucht van richting te veranderen, waarna Engeland de bal veroverde en Jude Bellingham de 1-1 binnenschoot. Noorwegen protesteerde direct, omdat het vermoedde dat de bal een kabel had geraakt waaraan een zwevende tv-camera is bevestigd. Volgens de spelregels had de wedstrijd in dat geval stilgelegd moeten worden en hervat met een scheidsrechtersbal.
FIFA verklaarde echter dat de sensor in de officiële wedstrijdbal geen afwijking registreerde. "Voor het doelpunt van Engeland in de extra tijd van de eerste helft liet de sensor in de Connected Ball geen piek zien in de 'hartslag' van de bal tijdens de vlucht. Er is daarom geen bewijs dat de bal de bovenliggende kabel heeft geraakt en daardoor van richting veranderde," aldus de bond. Het is niet bekend of videoscheidsrechter Jérôme Brisard de situatie afzonderlijk heeft beoordeeld. De Fransman was eerder op het toernooi ook VAR bij de kwartfinale tussen Argentinië en Egypte, waarin de Egyptenaren eveneens kritiek uitten op de arbitrage. Noorse bondscoach Ståle Solbakken vertelde na afloop dat scheidsrechter Clément Turpin had aangegeven zelf geen contact met de kabel te hebben waargenomen. "FIFA zegt dat de bal niets heeft geraakt en dat de chip in de bal geen signaal gaf.” Dan kan hij niets doen. Maar de bal viel ineens recht naar beneden. “Hij raakte de kabel wel," aldus Solbakken. De oefenmeester wilde de arbitrage echter niet aanwijzen als oorzaak van de uitschakeling. "Laten we dit niet het verhaal van de wedstrijd maken," zei hij. Engeland won uiteindelijk met 2-1 en plaatste zich daarmee voor de halve finales van het wereldkampioenschap. (ESPN)