PARAMARIBO - Rond de Centrale Penitentiaire Inrichting te Santo Boma is onrust ontstaan na de uitgifte...

van percelen in de directe omgeving van het complex, tot op ongeveer 150 meter van de strafinrichting. De situatie zet geplande uitbreidingswerken van het gevangeniswezen onder druk en heeft geleid tot formeel protest vanuit penitentiaire kringen. De Bond Penitentiaire Ambtenaren heeft via de vakorganisatie aan de bel getrokken, omdat de betrokken gronden volgens hem noodzakelijk zijn voor de verdere ontwikkeling van de inrichting conform internationale standaarden. De kwestie kwam aan het licht nadat, vanuit het Ministerie van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening, een schrijven werd verstuurd over het verwijderen van aanplant op het terrein dat door gedetineerden wordt onderhouden.
De vakbond heeft zich vervolgens verzet tegen de gronduitgifte en vond daarbij steun bij minister Harish Monorath. De bewindsman stelt dat hij het standpunt van de bond volledig onderschrijft en heeft inmiddels stappen ondernomen om de situatie te laten herbekijken.
Volgens Monorath is meerdere malen schriftelijk bezwaar ingediend bij de bevoegde instanties, waaronder Grondbeheer en Bosbeheer, met afschrift aan het Kabinet van de President. Hij benadrukt dat de gronden in kwestie essentieel zijn voor geplande uitbreidingen binnen het penitentiaire systeem.
De minister stelt dat de beschikbare ruimte nodig is voor de bouw van onder meer een aparte voorziening voor vrouwelijke gedetineerden, die volgens hem momenteel niet voldoet aan internationale normen binnen de hoofdgevangenis van Santo Boma. Ook de inrichting van het jeugdcorrectiecentrum speelt daarin een rol. Volgens de bewindsman is de huidige situatie problematisch, omdat minderjarige gedetineerden nog steeds in dezelfde omgeving verblijven als volwassen gedetineerden. Hij noemt dat onwenselijk en strijdig met internationale afspraken op het gebied van detentie en kinderbescherming. De regering heeft inmiddels een budget van circa SRD 7 miljoen gereserveerd voor de afronding van het jeugdcorrectiecentrum. Tot die tijd verblijven naar schatting een dertiental jongeren in een tijdelijke voorziening binnen het complex, waar zij overdag onderwijs en activiteiten volgen.
Monorath waarschuwt dat verdere vertraging in de beschikbaarheid van de gronden de uitvoering van de hervormingsplannen kan bemoeilijken. Hij benadrukt dat het gevangeniswezen moet kunnen voldoen aan internationale normen, zowel voor humane detentie als voor resocialisatie van gedetineerden. Momenteel is daarvan geen sprake. “Het is in strijd met alle internationale verdragen.”