Het beroep dat Vitesse aantekende tegen de beslissing van de licentiecommissie van de KNVB om de proflicentie in te trekken is afgewezen.
De beroepscommissie licentiezaken heeft Vitesse niet in het gelijkgesteld. De Arnhemmers kunnen nog wel naar de rechter, wat meteen de laatste strohalm is.
Op 10 juli werd bekend dat de licentiecommissie van de KNVB de proflicentie van Vitesse heeft ingetrokken. De Arnhemmers zouden herhaaldelijk niet hebben voldaan aan de vereisten. Het zal voor de fans als een déjà vu hebben aangevoeld. Vorig jaar werd de proflicentie ook al ingetrokken. Toen ging Vitesse succesvol in beroep.
De noodlijdende Arnhemse club kende een lastig seizoen in de Keuken Kampioen Divisie en eindigde op de twintigste plek, mede door verschillende puntenstraffen die het opgelegd kreeg. Op financieel vlak vertoonde Vitesse weinig vooruitgang. Onlangs werd nog bekend dat Vitesse het nieuwe seizoen met twaalf punten in mindering begint. Nu besloot de licentiecommissie opnieuw om de proflicentie in te trekken. Wederom tekende Vitesse beroep aan. De Arnhemmers wezen erop dat de licentiecommissie voorbijging aan de negatieve adviezen van zowel de centrale spelersraad als de centrale trainersraad, die juist hun vertrouwen uitspraken in het toekomstperspectief. Ditmaal echter zonder succes. De beroepscommissie van de KNVB heeft Vitesse donderdag niet in het gelijk gesteld. In een eerste reactie heeft de club laten weten zich niet neer te leggen bij dat besluit. (VI)