PARAMARIBO – Ondanks aanhoudende macro-economische spanningen blijft de Surinaamse bankensector financieel stevig overeind.

Recente cijfers tonen aan dat banken over ruime buffers beschikken en dat de kwaliteit van hun kredietportefeuilles zijn verbeterd. Tegelijkertijd vormt het hoge renteniveau een structurele rem op investeringen, vooral voor het midden- en kleinbedrijf (MKB), waardoor de bijdrage van de sector aan economische groei onder druk staat.
In september 2025 steeg de solvabiliteitsratio van de bankensector naar 22,8 procent. Dat is ruim boven de internationaal gehanteerde minimumnorm van 8 procent en wijst op een sterke kapitaalpositie. Banken beschikken daarmee over voldoende ruimte om schokken op te vangen en risico’s te beheersen. Volgens de Surinaamse Economische Overlegraad (SEOB) is dit een belangrijk signaal van stabiliteit in een economie die de afgelopen jaren herhaaldelijk is geconfronteerd met inflatiepieken, wisselkoersdruk en budgettaire spanningen.
Ook de kwaliteit van de kredietverlening laat een gunstige ontwikkeling zien. Het aandeel niet-renderende leningen (non-performing loans, NPL’s) daalde naar 3,0 procent. Dat betekent dat kredietnemers hun betalingsverplichtingen beter nakomen en dat banken minder te maken hebben met probleemkredieten. Deze trend versterkt het vertrouwen in het bancaire systeem en verkleint de kans op financiële instabiliteit.
Tegenover deze positieve signalen staat echter een hardnekkig knelpunt: het hoge renteniveau. De gemiddelde leenrente kwam uit op 14,5 procent, terwijl spaarrentes opliepen tot ongeveer 7 procent. Hoewel de recente stijgingen beperkt zijn, blijven de absolute niveaus hoog. Vooral voor ondernemers in het MKB maakt dit investeren duur en risicovol. Productieve plannen worden uitgesteld of afgeblazen, wat directe gevolgen heeft voor economische expansie en werkgelegenheid.
De kredietverlening aan de private sector nam wel toe, met name in Surinaamse dollars. Die groei werd vooral gedragen door de sectoren Handel, Woningbouw en Overige. Ook de kredietverlening in Amerikaanse dollars liet een stijging zien, vooral in handel en dienstverlening. Eurokredieten namen daarentegen licht af. Volgens de SEOB onderstreept deze ontwikkeling het belang van een zorgvuldig kredietbeleid: banken moeten ruimte blijven bieden aan productieve sectoren, zonder hun kapitaalbuffers aan te tasten.
De SEOB waarschuwt dat financiële stabiliteit niet los kan worden gezien van het bredere macro-economische beleid. Hoewel de inflatie eerder in het jaar terugliep naar enkelcijferige niveaus, is in de afgelopen maanden opnieuw een versnelling zichtbaar. Ook de wisselkoersontwikkeling en de toestand van de overheidsfinanciën blijven zorgwekkend. Hoge elektriciteitssubsidies en inefficiënte sociale uitgaven leggen een zware druk op de begroting, terwijl transparantie en anticorruptiemechanismen verder versterkt moeten worden, zeker met het oog op toekomstige inkomsten uit de fossiele sector.
Om de stabiliteit te bestendigen pleit de SEOB voor strikte fiscale discipline en een duidelijk, consistent fiscaal beleid op middellange termijn. Daarbij hoort de operationalisering van cruciale instituties zoals het Spaar- en Stabilisatiefonds (SSFS) en de invoering van een vijfjarig overheidsfinancieel plan met uitgavenplafonds en een houdbaarheidsdoelstelling voor de staatsschuld. Ook wordt gepleit voor het afstoten van niet-strategische, verlieslatende staatsbedrijven en de volledige implementatie van de Aanbestedingswet om transparantie en kostenbeheersing te waarborgen.
Verder benadrukt de SEOB dat economische diversificatie cruciaal is om internationale reserves te versterken en de afhankelijkheid van de mijnbouw te verminderen. Groei moet komen uit sectoren als landbouw, visserij, verwerking, diensten en (eco)toerisme. Tegelijk is actief schuldmanagement noodzakelijk gezien de hoge schuldquote, evenals investeringen in human capital bij sleutelinstituties zoals de Belastingdienst en de douane.
Voor de bankensector betekent dit dat haar rol als motor van duurzame groei alleen volledig kan worden vervuld in een stabiel en voorspelbaar beleidsklimaat. Het herstel van vertrouwen vraagt om consequent beleid, afstemming tussen begrotings- en monetair beleid en heldere communicatie over de sociaaleconomische koers. Zolang de leenrentes hoog blijven, zal de solide bankensector echter moeite hebben om haar potentieel voor investeringen en brede economische groei daadwerkelijk te verzilveren.