HONGARIJE - Hongarije kan binnen een jaar voldoen aan de EU-regelgeving om volledig van Russisch gas af te stappen,...

zegt de Hongaarse energieminister István Kapitány. Dat is een opvallende koerswijziging ten opzichte van het beleid onder oud-premier Viktor Orbán. Hongarije beschikt over voldoende pijpleidingaansluitingen om tegen concurrerende prijzen gas uit andere bronnen te betrekken, zegt Kapitány vrijdag in een interview met het Hongaarse medium Telex. Ook is de Hongaarse gasopslag goed gevuld en is de zonne-energiecapaciteit inmiddels gegroeid tot ruim 8.000 megawatt.
Daarnaast herziet de regering de uitbreiding van de enige kerncentrale van het land. Hongarije heeft maar één kerncentrale (Paks) en de uitbreiding daarvan (bekend als Paks II) wordt geleid door het Russische staatsbedrijf Rosatom. De regering zal gesprekken met olieleveranciers voeren om de olie-inkoop los te koppelen van Rusland. Hongarije koos onder de regering-Orbán juist voor een verdere verdieping van de Russische energiebanden. Het land tekende in 2021 nog een vijftienjarig gascontract met Gazprom en gebruikte de Druzhba-oliepijpleiding. Orbán klaagde de EU-plannen om Russisch gas uit te faseren zelfs aan bij het Europees Hof van Justitie en noemde het besluit "Brusselse bemoeienis".
Kapitány is minister in de nieuwe regering van premier Péter Magyar van de Tisza-partij, die na de parlementsverkiezingen van 2026 aantrad en beloofde het aanzien van Hongarije in Europa te herstellen na zestien jaar Orbán. Kapitány zelf was bij zijn aantreden in mei nog wat voorzichtiger over een breuk met Moskou. De voormalige Shell-directeur zei toen dat Hongarije zijn twee Russische oliepijpleidingen zou blijven gebruiken. De uitspraken van vrijdag staan daar haaks op. De EU wil de import van Russisch gas voor eind 2027 volledig beëindigen, met een importverbod op Russische olie dat daar naar verwachting op volgt. Dat is onderdeel van de REPowerEU-strategie om de afhankelijkheid van Moskou na de Russische invasie van Oekraïne te beëindigen. Hongarije en Slowakije waren de enige twee EU-lidstaten die zich tegen dat besluit verzetten. (Nu)