NEDERLAND - Door de oorlog in het Midden-Oosten zijn veel prijzen gestegen. Daardoor kan het lijken alsof alles in het dagelijks leven duurder is geworden.

Uit onderzoek van DNB blijkt echter dat de gemiddelde prijsstijging vooral wordt veroorzaakt door brandstof. Boodschappen zijn bijvoorbeeld nauwelijks duurder geworden. De Nederlandsche Bank (DNB) deed onderzoek naar de manier waarop het inflatiecijfer is opgebouwd, schrijft de bank. Dat is belangrijk om te achterhalen of de inflatie geldt voor alle producten, of alleen voor producten in een bepaalde sector. Centrale banken willen de inflatie ongeveer op twee procent houden, zodat de economie stabiel blijft. Met inzicht in welke producten duurder zijn geworden en welke niet, kunnen centrale banken beter bepalen hoe ze dat doel kunnen bereiken.
In juni daalde de inflatie tot 2,9 procent, blijkt uit cijfers van statistiekbureau CBS. De maand ervoor ging het nog om 3,5 procent. Uit de cijfers van DNB wordt duidelijk dat vooral brandstof de afgelopen maanden duurder is geworden. "Dat sluit aan bij wat veel huishoudens in het dagelijks leven ervaren", schrijft DNB. "Prijzen aan de pomp zijn zeer zichtbaar en kunnen daardoor al snel het gevoel geven dat de inflatie breed toeneemt."
Vooral prijzen die samenhangen met de brandstof zijn gestegen, ziet DNB. Denk aan pakketreizen of de tarieven voor accommodaties. Ook vervoersdiensten werden duurder. Tegelijk liggen de energieprijzen nu lager dan een jaar geleden. Dat komt volgens DNB, omdat veel huishoudens hun contract nog voor de oorlog in het Midden-Oosten hebben afgesloten. Daardoor is hun energietarief nu nog relatief laag. Ook voedselprijzen zijn redelijk stabiel gebleven en lieten de afgelopen maand zelfs een daling zien. Normaal gesproken worden boodschappen redelijk snel duurder als gevolg van stijgende energieprijzen. Maar omdat veel leveranciers eerder dit jaar een goede oogst hadden, valt dat nu mee. (NU)