PARAMARIBO – De verdwijning van elf opslagvaten met kwik uit een politieopslag heeft een zware schaduw geworpen over het Korps Politie Suriname (KPS) en het ministerie van Justitie en Politie.

Minister Harish Monorath spreekt van een “schandelijke” situatie die het vertrouwen in de politie ernstig ondermijnt en een forse imagoschade veroorzaakt voor het gehele veiligheidsapparaat. De bewindsman reageerde openlijk verontwaardigd op de zaak, die inmiddels heeft geleid tot een grootschalig onderzoek. Volgens hem werd hij op vrijdagmiddag geïnformeerd dat elf van de veertien opgeslagen vaten kwik waren verdwenen uit een beveiligde opslaglocatie van de politie. “Het is verwerpelijk. Het is een enorme imagoschade voor de korpsleiding, het korps en het ministerie in zijn totaliteit. Deze kiwschandaal treft de politie hard”, aldus Monorath.
De minister benadrukt dat de kwestie extra hard aankomt omdat de politie de afgelopen maanden volgens hem juist vooruitgang heeft geboekt in de bestrijding van criminaliteit. Hij wijst op een daling van verschillende criminaliteitscijfers en een toename van het aantal gedetineerden als aanwijzingen dat de opsporingsdiensten actiever optreden tegen wetsovertreders.
“Over de hele lijn zien wij dalingen tussen de 18 en 23 procent. Toen ik aantrad zaten ongeveer 900 mensen in de gevangenissen, nu zijn dat er bijna 1400. Dat laat zien dat er gewerkt wordt aan criminaliteitsbestrijding”, stelde de minister.
Juist daarom noemt hij het onbegrijpelijk dat uitgerekend binnen de eigen organisatie kostbaar en gevaarlijk bewijsmateriaal kon verdwijnen. De zaak volgt bovendien kort op eerdere incidenten die de reputatie van de politie hebben geschaad, waaronder een sieradendiefstalzaak waarbij een verdachte wel in beeld kwam maar onvoldoende bewijs beschikbaar was voor aanhouding.
Volgens Monorath gaat het niet om grote industriële vaten, maar om compacte opslagcontainers waarin aanzienlijke hoeveelheden kwik kunnen worden bewaard. “Mensen moeten zich geen grote tonnen voorstellen. Het lijkt meer op een fles van twee à drie liter, maar daarin kan gemakkelijk dertig kilo kwik zitten”, legde hij uit. De opslagvaten bevonden zich volgens de minister in een afgesloten ruimte die bedoeld was voor de bewaring van in beslag genomen goederen. Voor dergelijke opslaglocaties bestaan protocollen en veiligheidsvoorschriften. Juist daarom roept de verdwijning van de kwikvoorraad ernstige vragen op.
“De vraag is of de protocollen zijn nageleefd en hoe dit heeft kunnen gebeuren. De politie zal daar uitleg over moeten geven. Tijdens reguliere diensten mogen spullen simpelweg niet verdwijnen”, aldus Monorath. Het onderzoek richt zich niet alleen op de verdwijning zelf, maar ook op de wijze waarop het kwik werd opgeslagen. De minister gaf aan dat de kwestie vermoedelijk al sinds maart speelt. Suriname beschikt volgens hem niet over een uitgewerkt systeem voor de vernietiging van in beslag genomen kwik, waardoor het materiaal voor langere tijd opgeslagen bleef. Dat roept nieuwe vragen op over de verantwoordelijkheid voor de bewaring van gevaarlijke stoffen. Monorath gaf toe dat hij niet op de hoogte was van de exacte opslagmethode en de locatie waar het kwik werd bewaard. “Wij zullen overleg voeren met de betrokken instanties. Ik wil niet dat dit soort stoffen op deze manier opgeslagen blijven. We moeten bekijken welke alternatieven er zijn”, zegt hij.
De minister spaarde het korps daarbij niet. Volgens hem heeft de verdwijning van het kwik niet alleen het betrokken bureau, maar het gehele politieapparaat in diskrediet gebracht. De situatie werd nog pijnlijker omdat recent ook een incident plaatsvond waarbij een persoon een molotovcocktail naar een politiebureau gooide. Voor Monorath zijn beide gebeurtenissen signalen dat de politie haar gezag en geloofwaardigheid actief moet beschermen. “Dit is niet goed te praten. Op geen enkele manier. Mensen zullen in beeld moeten worden gebracht, vroeg of laat. Dit is onacceptabel”, benadrukte de minister.
Het onderzoek naar de verdwenen kwikvaten is inmiddels in volle gang. De autoriteiten hopen duidelijkheid te krijgen over wie verantwoordelijk is voor de verdwijning en of daarbij sprake is geweest van nalatigheid, interne betrokkenheid of georganiseerde diefstal.