PARAMARIBO – Om de populatie van de als ‘liba kwi’ bekende vissoort tot beheersbare proporties terug te brengen, heeft het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) een oplossing bedacht.

Volgens LVV-minister Mike Noersalim moet de samenleving de vis massaal consumeren en moet ervoor gezorgd worden dat er altijd een open seizoen is. Samen met ondernemers is het initiatief genomen om deze vissoort te gebruiken voor de productie van visworst en visballetjes. De reacties zijn overweldigend. Mensen die proeven, raken niet uitgesproken over de smaak. “Laten we het gewoon massaal vangen. Het is een heel lekkere vissoort”, zegt de bewindsman.
Minister Noersalim werd eerder geconfronteerd met de schade die de liba kwi kan veroorzaken. Deze vis staat erom bekend grote gaten te maken in dammen, waardoor het risico op wegverzakkingen groter wordt. Daarnaast verdrijft de invasieve liba kwi de populatie van andere vissoorten. In de Boomskreek heeft de liba kwi de tilapia al verdreven.
Samen met zijn collega Stephen Tsang van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening (OWRO) heeft de bewindsman diverse oplossingsmodellen besproken. Er is gekeken naar oplossingen waarbij de liba kwi niet meer in grote mate vernietigingen kan aanbrengen. Minister Noersalim is geen voorstander van het opruimen van de liba kwi middels chemische middelen, die vaak ook nog eens giftig zijn. Massaal vangen en opeten is volgens hem de beste optie.
De visworst is een van de vele producten waarmee bezoekers kennis konden maken op de Agrarische Beurs. Dit evenement duurt tot en met gisteren in het KKF-centrum. De beurs heeft als doel de verschillende actoren, de totale waardeketen van de agrarische sector, bij elkaar te brengen. Er wordt een platform geboden aan vele producenten, ondernemers en farmers, om te laten zien wat ze allemaal in staat zijn te doen.
Minister Noersalim wijst erop dat binnen de agrarische sector er nooit één speler centraal zal zijn. LVV heeft zijn rollen, waaronder faciliterend, dienstverlenend, regulerend, en ervoor zorgen dat wetten in ‘place’ zijn. Het is de bedoeling dat zowel de publieke als private sector hun deel doen. Door de lokale productie komt men niet alleen tot een stukje economische ontwikkeling voor het individu, maar ook voor Suriname als land. Het gevolg is dan meer export en meer productieverwerking.
De bewindsman stelt dat er voldoende animo is om volgend jaar opnieuw een agrarische beurs te organiseren. Doorgaans is er sprake van om en bij zestig bedrijven, maar aan deze beurs doen bijkans tweehonderd bedrijven mee. Daartoe behoren ook onderzoeks- en trainingsinstituten, toeleveranciers, en producenten van onder andere bosbijproducten.
“We gaan de versnelde agrarische ontwikkeling niet in ons eentje kunnen doen. Het is niet LVV alleen, die heeft een beleidsbepalende rol, maar alle deelnemers op de beurs zijn actoren die van belang zijn om samen met het ministerie de sector te ontwikkelen”, aldus minister Noersalim.