PARAMARIBO - De tegenstellingen tussen De Nationale Assemblée (DNA) en de rechterlijke macht over de voorgenomen hervorming van de rechtsstaat gaat de confronterende kant op.

Parlementariërs van de coalitiefractie NDP vinden dat het Hof van Justitie te vroeg en te hard heeft gereageerd op wijzigingsvoorstellen die volgens hen formeel nog helemaal niet relevant zijn. DNA-voorzitter Ashwin Adhin is wel van plan om in overleg te treden met de rechterlijke macht om enkele zaken duidelijk met hen door te nemen. Vanuit de NDP-fractie is gisteren in ieder geval het signaal gegeven dat zij niet onder de indruk is van de toon en de houding die vanuit de rechterlijke macht is geëtaleerd. NDP-parlementariër Raymond Sapoen noemt de brief van het hof, die via een deurwaardersexploot bij het parlement terechtkwam, buitenproportioneel. Volgens hem kreeg het schrijven eerder het karakter van een dreigbrief dan van een waarschuwing. De daaropvolgende steunbetuigingen vanuit het Openbaar Ministerie en andere delen van de rechtsgemeenschap hebben niet bijgedragen aan herstel van de harmonie.
Sapoen stelt dat de door het hof genoemde bezwaren niet terug te vinden zijn in een officieel bij DNA ingediend amendement. Juist daarom vindt hij de reactie van het hof voorbarig en onhoffelijk. Volgens hem had de rechterlijke macht eerst moeten afwachten welke voorstellen daadwerkelijk formeel aan het parlement zouden worden voorgelegd. “We zijn allemaal staatsmachten en we moeten niet doen alsof we goddelijke machten zijn”, was de duidelijke boodschap van Sapoen. Ook NDP-parlementariër Ebu Jones schaart zich achter die redenering. Volgens hem moet een onderscheid gemaakt worden tussen voorstellen waarover tijdens het wetgevingsproces wordt gesproken en teksten die daadwerkelijk formeel zijn ingediend. Jones vindt dat instellingen die zich bezighouden met rechtspraak en rechtsstatelijke vraagstukken juist bijzonder zorgvuldig met feiten moeten omgaan. Een formeel ingediend document is volgens hem een feitelijk uitgangspunt; informele discussies of mogelijke amendementen kunnen volgens hem niet zonder meer als definitieve voorstellen worden behandeld. “Je verwacht juist van machten waar feiten en omstandigheden belangrijk zijn voor het komen tot het oordeel dat juist die instanties zich vergewissen van de feiten.” DNA-voorzitter Ashwin Adhin probeert intussen de kwestie uit de politieke confrontatiesfeer te halen. Hij zegt formeel te zullen reageren op de brief van de rechterlijke macht, maar vindt het opmerkelijk dat hij daarvan via een deurwaardersexploot kennis heeft moeten nemen. Adhin wil na overleg met de president van het Hof van Justitie, president van de Republiek, de commissie van rapporteurs en de initiatiefnemers van de wetswijzigingen tot afspraken komen.
Daarbij ziet hij drie belangrijke onderwerpen. Allereerst moet volgens hem duidelijk worden afgesproken hoe formele documenten tussen de verschillende staatsinstituten worden uitgewisseld. Alleen formeel ingediende teksten zouden volgens hem aanleiding moeten zijn voor een inhoudelijke reactie. Daarnaast wil Adhin een inhoudelijke bespreking van de verschillende voorstellen en amendementen. Omdat er meerdere wijzigingen op tafel liggen, moet volgens hem worden bekeken hoe die in samenhang kunnen worden behandeld. Het derde punt is volgens de parlementsvoorzitter structureler van aard. Hij wil komen tot een permanent overlegplatform over de rechtsstaat en de constitutionele inrichting van het land.