CHINA - Sinds vandaag is het voor Chinezen moeilijker om hun eigen land in en uit te reizen.

Nieuwe regelgeving geeft de overheid ruimere bevoegdheden om de bewegingsvrijheid van burgers te beperken wanneer volgens de overheid zelf "de ontwikkeling van het land" of "de nationale veiligheid" in het geding zijn. Advocaat Henry Gao waarschuwt dat het recht om China te verlaten zo "steeds meer verandert in een privilege dat door de Staat naar eigen goeddunken wordt verleend". Terwijl buitenlanders China juist makkelijker kunnen bezoeken, raken Chinezen steeds vaker opgesloten. De wet past in een bredere campagne om technologische ontwikkeling en strategische industrieën te beschermen. Waar China's groei vooral aan openheid voor kapitaal, talent en kennis te danken was, lijkt nu absolute controle prioriteit te krijgen. Officieel richt de wet zich op illegale activiteiten zoals fraude en terrorisme, maar in de praktijk gaat het ook om het voorkomen van ongewenste uitstroom van kennis en talent. Zo werd dit jaar een overnamedeal van AI-bedrijf Manus met het Amerikaanse Meta geblokkeerd, en werd haastig gezocht naar manieren om te verhinderen dat de oprichters het land zouden verlaten. Met de nieuwe wet wordt zulke maatregelen een stuk eenvoudiger.
Voor Chinezen was reizen al lastig: slechts ongeveer 11 procent heeft een paspoort, en bepaalde groepen – etnische minderheden, gelovigen, activisten en partijcritici – krijgen er zelden een. Ook ambtenaren, militairen, veiligheidsmedewerkers, leraren, artsen en staatsbedrijfspersoneel hebben al jaren toestemming nodig. Volgens professor Han Shenlin (New York University Shanghai) ziet Peking uitwisseling met het buitenland steeds meer als potentiële kwetsbaarheid. "De ironie is dat China's grootste kracht – het vermogen om ideeën van buiten op te nemen en op grote schaal toe te passen – een zwakte kan worden wanneer geopolitieke concurrentie deze kanalen minder voorspelbaar maakt." Innovatie hangt af van vrij verkeer van ideeën, mensen, kapitaal en informatie; als wetenschappers, ondernemers en investeerders zich beperkt voelen, kan dat China's technologische vooruitgang remmen. Het risico is niet dat China stopt met innoveren, maar dat het minder productief en efficiënt wordt. Peking ziet dat zelf anders, aldus Han: internationale uitwisseling blijft welkom, maar alleen op Chinese voorwaarden. Critici vinden de wet te ver gaan. De definitie van "nationale veiligheid" blijft vaag, de immigratiedienst krijgt veel macht, en autoriteiten kunnen een uitreisverbod opleggen zonder de betrokkene te informeren – waardoor iemand de mogelijkheid verliest om zo'n beslissing aan te vechten. (NOS)