PARAMARIBO – Nu Suriname zich opmaakt voor de eerste grote inkomsten uit de offshore-olie-industrie, komen regering en parlement vaker en dichter bij elkaar voor stevigere fiscale controle.

In De Nationale Assemblée (DNA) groeit de bezorgdheid dat de Staat belastinginkomsten kan mislopen als de Belastingdienst niet tijdig wordt versterkt en voldoende expertise opbouwt om de complexe oliesector effectief te controleren.
Als eerste concrete stap vond vrijdag een gezamenlijke commissievergadering plaats van de vaste commissies voor Financiën en Planning, Staatsuitgaven en Olie, Gas en Milieu. Tijdens de bijeenkomst werd besproken welke maatregelen nodig zijn om de Belastingdienst voor te bereiden op de fiscale uitdagingen die de opkomende offshore-industrie met zich meebrengt.
De commissies zullen in de komende periode onder meer de minister van Olie, Gas en Milieu, de directeur van het Ministerie van Financiën en Planning en de directeur van de Belastingdienst horen. Centraal staan de belastingafspraken met internationale oliebedrijven die actief zijn in de Surinaamse economische zone, waaronder TotalEnergies, Petronas en andere concessiehouders. Ook wordt gekeken naar de verwachte belastingopbrengsten uit de sector.
De discussie volgt na kritische opmerkingen en vragen die tijdens de begrotingsbehandeling in het parlement werden gesteld. Parlementariërs stelden op diverse momenten dat de overheid voldoende controlemechanismen moet inrichten om ervoor te zorgen dat alle belastingverplichtingen correct worden nageleefd en de Staat geen inkomsten misloopt, zodra de olieproductie op gang komt.
De regering reageerde door te benadrukken dat de offshore-sector volledig onder de Surinaamse belastingwetgeving valt. Voor activiteiten op zee gelden dezelfde fiscale regels als voor ondernemingen die op het vasteland opereren. Financiënminister Adelien Wijnerman onderkende tegelijkertijd dat de Belastingdienst nog onvoldoende is toegerust om de snelgroeiende offshore-sector volledig te bedienen. “De dienst heeft nog steeds te maken met capaciteitsuitdagingen en er is verdere ontwikkeling van de expertise op het gebied van de offshore-sector noodzakelijk”, stelde de minister.