PARAMARIBO – Suriname mag zichzelf een natie van verschillende culturen en bevolkingsgroepen noemen, maar echte eenheid vraagt meer dan een gedeelde nationaliteit.

President Jennifer Simons heeft gisteren tijdens het nationaal symposium ‘One Heritage Policy 2026’ opgeroepen, om de diversiteit van Suriname actief te benutten als fundament voor een gezamenlijke toekomst. “In woord zijn we Surinamer, maar in daad nog steeds niet altijd helemaal”, stelde het staatshoofd, verwijzend naar het werk van dichter Shrinivási. Tijdens het symposium in de Royal Ballroom van Hotel Torarica, met als thema “Van gedeelde geschiedenis naar duurzaam erfgoedbeleid”, benadrukte Simons dat de boodschap van het gedicht volgens haar de kern van ‘Heritage Month’ raakt. Het gaat volgens haar niet alleen om het herdenken en vieren van het verleden, maar vooral om het elkaar leren kennen, erkennen en waarderen.
“Het kennen van én bezig zijn met elkaar” vormt volgens de president de basis voor nationale eenheid. Daarom is het volgens haar noodzakelijk dat niet alleen culturele organisaties en maatschappelijke groepen, maar ook de politieke leiding samen nadenken over erfgoed én over de toekomst van het land. Simons waarschuwde daarbij voor het verschil tussen diversiteit en daadwerkelijk samenleven. Een samenleving kan volgens haar uit veel verschillende groepen bestaan, zonder dat die groepen werkelijk met elkaar verbonden zijn. Voor Suriname, met zijn uiteenlopende etnische, culturele en religieuze achtergronden, is het daarom van belang dat verschillen niet leiden tot verwijdering, maar juist tot meer begrip.
De president verwees naar de vrijheid van religie en cultuur in Suriname als een belangrijk voorbeeld voor de andere delen van de wereld. Ondanks het koloniale verleden is het volgens haar gelukt een samenleving te vormen, waarin mensen met verschillende achtergronden zich in belangrijke mate Surinamer voelen en elkaar respecteren. “Maar waar wij vandaag staan, is een bepaald punt. We moeten ervoor zorgen dat we ook samen een toekomst hebben”, aldus Simons. Zij wees erop dat multi-etnische samenlevingen wereldwijd kwetsbaar kunnen zijn voor invloeden van buitenaf die bestaande spanningen versterken.
Juist daarom moet Suriname volgens haar zijn culturele verscheidenheid als rijkdom koesteren. Kinderen groeien hier op met invloeden uit verschillende delen van de wereld. “Wij hebben voor onze kinderen een samenleving waarin ze opgroeien met zoveel verschillende culturen van de wereld en dat is een rijkdom”, zei de president. Heritage Month moet volgens Simons uitgroeien tot een structureel instrument om die rijkdom te beschermen. Zij benadrukte dat de viering geen ad-hocinitiatief mag blijven en sprak de verwachting uit dat de activiteiten in de toekomst verder worden uitgebreid, mogelijk zelfs met deelname van mensen uit het buitenland. Tijdens het symposium werd schrijfster en geschiedschrijfster Cynthia McLeod door de presidentiële werkgroep Heritage Month 2026 geëerd met de Wi Gudu–Ons Erfgoed-erkenning. Simons en werkgroepvoorzitter Rachel Pinas droegen haar daarnaast een regalia op. Volgens Simons begint duurzame eenheid bij het herkennen, erkennen, waarderen en respecteren van ieders afkomst. Alleen zo kan de culturele rijkdom van Suriname volgens haar uitgroeien tot een samenleving die sterk genoeg is om toekomstige maatschappelijke en mondiale spanningen te doorstaan.