PARAMARIBO – Namens de leiding van het Korps Brandweer Suriname (KBS) is op 18 augustus aangifte gedaan op het bureau Herman E. Gooding van vermoedelijke verduistering van SRD 100 duizend.

De verdachte is een 49-jarige man, aangeduid als R.S., die als burgerpersoneelslid werkzaam is bij het KBS. R.S. vervult binnen het KBS de functie van sectiechef Kredietbewaking en tevens die van kassahouder. Uit het voorlopige onderzoek is naar voren gekomen dat R.S. in juli 2026, voorzien van een door de afdeling Comptabiliteit uitgeschreven cheque, een bedrag van
SRD 250 duizend bij de Centrale Bank van Suriname moest lichten ten behoeve van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JUVE). Het geld werd door hem, samen met een politieambtenaar werkzaam bij JUVE, opgehaald.
Van het totaalbedrag was SRD 150 duizend bestemd voor de afdeling Begroting en Financiële Zaken (BFZ) van JJUVE. Dit bedrag werd volgens de beschikbare informatie correct aan BFZ afgedragen. Het resterende bedrag van SRD 100 duizend, dat bestemd was voor het KBS, werd echter niet afgedragen. Naar aanleiding hiervan werd aangifte gedaan.
Op woensdag 19 augustus werd door politieambtenaren van het politiebureau Herman E. Gooding getracht R.S. op te sporen en aan te houden. Hij werd aanvankelijk niet aangetroffen. Korte tijd daarna slaagde de politie erin telefonisch contact met hem te maken en werd hij opgeroepen zich op het politiebureau aan te melden. R.S. gaf hieraan gevolg, waarna hij op het bureau werd aangehouden. Tijdens het daaropvolgende onderzoek heeft de verdachte volgens de politie verklaard dat hij het bedrag van SRD 100 duizend ten eigen bate heeft aangewend. Daarnaast zou hij hebben verklaard dat hij zich eerder schuldig heeft gemaakt aan de verduistering van een bedrag van SRD 269 duizend, dat bestemd was voor de financiële afhandeling in verband met de inauguratie van het vaandel van het Korps Brandweer Suriname. Het onderzoek wordt voortgezet. Daarbij wordt nagegaan of RS. zich op meerdere momenten schuldig heeft gemaakt aan het verduisteren van andere geldbedragen.
Volgens de thans beschikbare informatie was R.S. als enige werkzaam binnen de betreffende financiële afdeling van het KBS. Hierdoor zou hij de gelegenheid hebben gehad om zonder directe controle financiële handelingen te verrichten. De politie onderzoekt daarom niet alleen de thans bekende bedragen, maar brengt de volledige financiële administratie en de door R.S. verrichte financiële transacties nader in kaart. R.S. is na te zijn voorgeleid, na afstemming met het Openbaar Ministerie, in verzekering gesteld. Het onderzoek wordt voortgezet. Uit het tot dusver verrichte politieonderzoek is gebleken dat de naam van de Directeur Operationele Diensten (DOD) geheel ten onrechte in verband is gebracht met deze zaak. Vastgesteld is dat de DOD geen enkele rol heeft gehad in de procedure van het opnemen, ontvangen en afgeven van de kredietopeningsgelden en op geen enkele wijze betrokken is geweest bij de financiële transacties die thans onderwerp zijn van het strafrechtelijke onderzoek. In tegenstelling tot eerdere berichtgeving via andere mediakanalen is het betreffende geldbedrag derhalve niet door de DOD afgegeven, noch was de DOD op enig moment betrokken bij de financiële afhandeling daarvan.