GENÈVE - Een VN-commissie stelt dat landen wettelijk verplicht zijn ruimhartige herstelbetalingen te bieden als ze direct of indirect betrokken waren bij de trans-Atlantische slavenhandel.

Volgens de commissie werken de gevolgen daarvan nog altijd door, onder meer in discriminatie op basis van huidskleur. Het leed dat is veroorzaakt door de trans-Atlantische slavenhandel werkt volgens de VN-commissie tot op de dag van vandaag door. Landen zoals Nederland moeten daarom werken aan herstel voor de schade die door slavernij is veroorzaakt. Die schade verdween niet toen in de negentiende eeuw eerst de slavenhandel en later de slavernij werden verboden. De slavernij heeft psychische, lichamelijke en economische schade veroorzaakt bij tot slaaf gemaakte mensen en hun nazaten, stelt de commissie. "Dat is nog eens versterkt door beleid dat anti-Zwart racisme in stand houdt", schrijft de VN-commissie. Een gebrek aan herstel is volgens haar op zichzelf "een aparte vorm van rassendiscriminatie". De gevolgen werken volgens de commissie onder meer door in systemische rassendiscriminatie en structurele ongelijkheid. Ook wijst ze op "onrechtmatig opgebouwde rijkdom" die van generatie op generatie is doorgegeven. Sommige landen hebben al stappen gezet. Nederland wordt als voorbeeld genoemd, omdat het 200 miljoen euro heeft uitgetrokken voor onder meer herdenkingen en educatie. Ook heeft koning Willem-Alexander in 2023 excuses aangeboden voor de Nederlandse rol in het slavernijverleden. Volgens de commissie zijn zulke maatregelen echter nog geen volledig en effectief herstel. (Nu)