PARAMARIBO-De miljardeninkomsten die Suriname vanaf 2028 uit de oliesector verwacht, kunnen de economie versterken, maar alleen als het geld zorgvuldig wordt beheerd.

De Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) ziet een goed functionerend Spaar- en Stabilisatie Fonds (SSF) daarom als een van de belangrijkste voorwaarden voor financiële stabiliteit op lange termijn.In de recente publicatie Caribbean Economies Made Notable Progress in Debt Reduction and Fiscal Sustainability waarschuwt de IDB dat Suriname zonder sterke financiële buffers het risico loopt nog afhankelijker te worden van sterk schommelende grondstoffenprijzen. Dat zou de economie kwetsbaar houden in plaats van leiden tot een breder en veerkrachtiger groeimodel. Suriname heeft inmiddels stappen gezet om dat risico te beperken. Het begrotingskader is aangescherpt met nieuwe begrotingsregels en een hervormd SSF. Daarmee wil de regering meer grip krijgen op de staatsschuld en de overheidsuitgaven. Ook moeten inkomsten uit de winning van mineralen in het fonds worden gestort. In het IDB-verslag wordt gesteld dat het SSF onafhankelijk zal moeten functioneren en dat het grootste deel van de middelen buiten Suriname belegd is. Op die manier moet worden voorkomen dat grondstoffeninkomsten direct worden omgezet in hogere binnenlandse uitgaven en de economie daardoor extra gevoelig wordt voor prijs- en conjunctuurschommelingen. De uitvoering is echter nog niet afgerond. De autoriteiten zijn nog aan het volledig operationeel en effectief maken van zowel de begrotingsregels als het spaar- en stabilisatiemechanisme. De urgentie neemt toe met de komst van de offshore olieproductie. Na het definitieve investeringsbesluit voor GranMorgu in Block 58 wordt verwacht dat de productie in 2028 van start gaat. Daarmee krijgt Suriname toegang tot een nieuwe en omvangrijke inkomstenbron. Volgens de IDB ligt juist daar de grote uitdaging. De begrotingsregels en het SSF, die in 2024 zijn goedgekeurd, moeten samen met een strak macro-economisch beleid voorkomen dat de toekomstige olie-inkomsten leiden tot kortetermijnconsumptie en een grotere afhankelijkheid van grondstoffen.