Brazilië heeft in de zestiende finale van het WK ‘in extremis’ gewonnen van Japan: 2-1. De titelfavoriet stond bij rust nog met 0-1 achter,...

maar knokte zich terug en won ver in blessuretijd alsnog de zeer lastige wedstrijd. De achtste finale is een feit voor het team van Carlo Ancelotti. De ploeg van Ancelotti worstelde in de eerste helft. Onder meer Vinícius Júnior, met vier goals in de poulefase, en Matheus Cunha wisten zich nauwelijks raad met de stugge verdediging van Japan. Grote kansen bleven uit en van Braziliaanse zijde bleef het voornamelijk beperkt tot schoten van afstand.
De opdracht werd plots een stuk zwaarder voor Brazilië toen Kaishu Sano de linkerhoek vond na een vlotte counter van Japan. Vinícius bleef het stug proberen in het restant van de eerste helft, maar de 0-1 achterstand werd niet weggepoetst door de vijfvoudig wereldkampioen. Werk aan de winkel dus voor Ancelotti halverwege.
De bondscoach besloot om Endrick voor de leeuwen te gooien, in een poging snel terug te keren in de zestiende finale. Ondertussen werkte Neymar een warming-up af aan de zijlijn. Brazilië voerde de druk fors op en kwam op gelijke hoogte via een rake kopbal van dichtbij van Casemiro.
De gelijkmaker gaf Brazilië een flinke boost en het was Vinícius die na een fraaie individuele actie de paal raakte, al zat daar nog een hand aan van de sterk keepende Zion Suzuki. Het beloofde een spannende slotfase te worden in Houston, met de Brazilianen die weer volop geloofden in de achtste finale. Japan loerde op de counter en zag Ayase Ueda een gevaarlijk schot afleveren.
Ancelotti bracht halverwege de tweede helft Gabriel Martinelli binnen de lijnen, als vervanger van Cunha. Brazilië had geen zin in een verlenging en bleef op de deur kloppen. Japan moest met man en macht verdedigen in de laatste twintig minuten van de zeer onderhoudende ontmoeting. Het lukte niet om stand te houden, want in de zesde minuut van blessuretijd schoot Martinelli via de paal raak: 2-1. (VZ)