PARAMARIBO- Het Caribisch Gerechtshof (CCJ) heeft in een uitspraak tegen de Staat Suriname geoordeeld dat de voormalige politiek adviseur Derek Ramsamooj recht heeft op een schadevergoeding van 30.000 Amerikaanse dollar wegens ernstige verslechtering van zijn gezondheid tijdens zijn detentie.

De zaak draait om de aanhouding van Ramsamooj kort na de installatie van het kabinet-Santokhi, in verband met een onderzoek naar vermeende corruptie bij de Surinaamse Postspaarbank (SPSB). Wat begon als een financieel onderzoek groeide uit tot een langdurige vrijheidsbeperking met verstrekkende gevolgen voor zijn gezondheid en bewegingsvrijheid.
Hoewel het Hof geen uitspraak deed over alle aangevoerde verdragsartikelen, stelde het wel vast dat zijn recht op vrij verkeer onder het Revised Treaty of Chaguaramas (RTC) was geschonden. De toepassing van het zogenoemde Beperkingsmechanisme werd daarbij als onverenigbaar met dat recht verklaard. Het Hof bepaalde daarnaast dat verklaringen die tijdens de onrechtmatige detentie zijn verkregen, niet mogen worden gebruikt in strafprocedures tegen Ramsamooj. Tegelijkertijd oordeelde het Hof dat de Staat Suriname hem wel strafrechtelijk kan vervolgen op basis van onafhankelijk en rechtmatig verkregen bewijs.
Volgens het CCJ is voldoende vastgesteld dat Ramsamooj tijdens zijn detentie aanzienlijke lichamelijke en psychische schade heeft opgelopen. Hij werd gedurende cruciale momenten zonder contact met familie of advocaat vastgehouden, wat volgens de rechters zijn situatie verder heeft verergerd. Medisch deskundigen, waaronder een cardioloog die door de verdediging werd ingeschakeld, rapporteerden dat Ramsamooj tijdens zijn detentie een hartinfarct en een beroerte heeft doorgemaakt, naast een verslechtering van bestaande hart- en vaatziekten. Het Hof oordeelde dat de detentieomstandigheden waarschijnlijk hebben bijgedragen aan deze ernstige achteruitgang van zijn gezondheid.
De rechters wezen erop dat niet alle juridische claims konden worden toegewezen. Zo werd onvoldoende aangetoond dat Ramsamooj daadwerkelijk actief diensten verrichtte op het moment van de vermeende schending, en ook het causale verband tussen bepaalde medische kosten en de beperking van rechtsbijstand werd niet bewezen geacht.
Toch achtte het Hof de impact van de detentie ernstig genoeg om immateriële schadevergoeding toe te kennen. Volgens het oordeel was er sprake van duidelijke schendingen van fundamentele rechten binnen de Caricom-rechtsorde, wat financiële compensatie rechtvaardigt. “Dat is het oordeel van het Hof”, stelde CCJ-president Winston Anderson.