PARAMARIBO – De Nationale Assemblée (DNA) heeft besloten een onderzoekscommissie in te stellen, om de verzoeken van het Openbaar Ministerie (OM) tot in staat van beschuldigingstelling van drie voormalige ministers...

te onderzoeken. Het besluit volgt na een huishoudelijke vergadering, waarin fracties lijnrecht tegenover elkaar stonden over de te volgen aanpak.
Parlementsvoorzitter Ashwin Adhin benadrukte dat het parlement handelt binnen de kaders van de wet. Volgens hem moet het parlement conform de wet binnen 90 dagen na het verzoek van het OM een besluit nemen. De keuze viel uiteindelijk op een onderzoekscommissie, die zich zal buigen over de drie afzonderlijke dossiers. Volgens Adhin is het doel van deze commissie om een eerste toets uit te voeren voordat een zaak eventueel aan de rechter wordt voorgelegd. Daarbij moet worden vastgesteld of er sprake is van een juridische grondslag of dat het gaat om politiek gemotiveerde beschuldigingen.
De commissie zal zich richten op drie kernvragen: of artikel 140 van de Grondwet van toepassing is, of er sprake is van een serieuze juridische verdenking en of de procedure van het OM correct is gevolgd. DNA moet voorkomen dat politieke machtsmiddelen worden misbruikt om tegenstanders te vervolgen. De ingestelde commissie bestaat uit zeven leden en Rabin Parmessar is benoemd tot de voorzitter van deze commissie. Vijf leden komen uit de coalitiefracties en twee uit de oppositiefractie. Daarnaast zijn er ook tien toehoorders aangewezen om het proces te volgen.
De commissie zal spoedig aan de slag moeten gaan, omdat binnen 90 dagen het parlement wel tot een besluit moet kunnen komen. Hoe lang het onderzoek zal duren en hoeveel tijd de commissie nodig heeft om alle stukken van de drie dossiers te bestuderen, is niet bekend. Wel is duidelijk dat de commissie binnen de wettelijke termijn moet opereren.
Opvallend is dat niet alle coalitiepartijen vertegenwoordigd zijn in de commissie. De ABOP heeft ervoor gekozen geen zitting te nemen, maar zal wel van buitenaf bijdragen leveren. Vanuit de oppositie, met name de VHP, was er aanvankelijk weerstand tegen het instellen van een commissie, omdat dit eventueel het proces kan vertragen. De partij had liever dat er direct een openbare vergadering werd uitgeschreven voor de behandeling van dit verzoek. Uiteindelijk ging de VHP toch akkoord met het instellen van een commissie.
Na afronding van het onderzoek zal de commissie haar bevindingen presenteren in een openbare vergadering. Daarin zal het parlement een definitief besluit nemen over de vraag of de betrokken ex-ambtsdragers daadwerkelijk in staat van beschuldiging worden gesteld.