SPANJE - Honderdduizenden Spanjaarden zijn vanavond de straat opgegaan vanwege de crisis in de Spaanse exclave Ceuta.

De demonstraties waren aanvankelijk bedoeld om steun te betuigen aan de inwoners van Ceuta, maar op veel plaatsen richtte de woede zich vooral tegen de linkse regering van premier Sánchez. De betogers beschuldigen de regering ervan te weinig te doen aan de situatie in Ceuta. In de exclave is de crisis ruim een maand na de bestorming van de grenshekken nog altijd niet opgelost. Nog duizenden illegale migranten zwerven op straat. Bewoners voelen zich onveilig en er zijn meldingen van agressie, opstootjes en seksueel geweld, die zorgen voor een onrustige situatie. In Madrid was de grootste betoging. Volgens de Spaanse regering waren daar zo'n 50.000 mensen op de been. Het stadsbestuur, dat wordt geleid door de rechts-conservatieve Partido Popular (PP), spreekt van 150.000 deelnemers. Onder de aanwezigen was oppositieleider Feijóo (PP). Hij zei dat de premier de inwoners van Ceuta verraadt. Demonstranten riepen om het vertrek van Sánchez. In de buurt van het nationale parlement kwam de politie in actie. Er werden traangas en rubberkogels ingezet om extreemrechtse groepen uiteen te drijven, meldt El País. In Ceuta, waar op 2 september de jaarlijkse viering van de autonomie van de stad is, gingen duizenden mensen de straat op tegen de overheidsaanpak van de migrantencrisis. (NOS)