PARAMARIBO – De Surinaamse houtverwerkende industrie probeert zich langzaam te herstellen na jaren van zware terugval. Dat blijkt uit de nieuwste Bosbouwstatistieken 2025 van de Stichting voor Bosbeheer en Bostoezicht.

Vooral de productie van gezaagd hout laat opnieuw groei zien, al blijft de sector nog ver verwijderd van de recordniveaus van vóór 2020.
Volgens de cijfers produceerde Suriname in 2025 ongeveer 86.000 kubieke meter gezaagd hout. Dat is meer dan een verdubbeling ten opzichte van 2024, toen de productie nog slechts 42.000 kubieke meter bedroeg. Daarmee lijkt de sector voorzichtig uit een diep dal te kruipen.
Toch blijft het herstel relatief beperkt wanneer gekeken wordt naar de historische cijfers. In 2019 produceerde Suriname nog ongeveer 319.000 kubieke meter gezaagd hout, het hoogste niveau ooit geregistreerd. Een jaar later volgde echter een dramatische instorting. In 2020 zakte de productie plotseling terug naar slechts 75.000 kubieke meter.
Sindsdien blijft de houtverwerking schommelen zonder echt structureel herstel. In 2021 steeg de productie weliswaar opnieuw naar 123.000 kubieke meter, maar daarna volgden opnieuw zwakke jaren. De cijfers tonen daarmee hoe kwetsbaar de verwerkende industrie is geworden.
De triplexsector blijft intussen uiterst klein. Volgens het rapport werd in 2025 slechts ongeveer 1.500 kubieke meter triplex geproduceerd. Dat is zelfs lager dan de productievolumes van de jaren negentig. In 1996 produceerde Suriname bijvoorbeeld nog 8.500 kubieke meter triplex.
De terugval van de verwerking heeft grote economische gevolgen. Deskundigen wijzen erop dat Suriname hierdoor veel potentiële werkgelegenheid en toegevoegde waarde misloopt. Terwijl duizenden kubieke meters rondhout worden geëxporteerd naar buitenlandse markten, vindt een groot deel van de industriële verwerking buiten Suriname plaats.
Volgens de cijfers bestaat de export nog steeds grotendeels uit onbewerkt rondhout. Van de totale export van 248.324 kubieke meter bestond ruim 216.000 kubieke meter uit ruwe stammen. Slechts ongeveer 30.000 kubieke meter werd uitgevoerd als gezaagd hout.
Kenners benadrukken dat Suriname hierdoor gevangen blijft in een economisch model waarin vooral grondstoffen worden uitgevoerd. Dat model levert minder werkgelegenheid, minder industriële ontwikkeling en minder belastinginkomsten op dan een sterke binnenlandse verwerkingsindustrie zou kunnen genereren.
Ook de afhankelijkheid van buitenlandse vraag blijft een risico. Wanneer exportmarkten vertragen, voelen lokale zagerijen dat vrijwel onmiddellijk. Investeringen in moderne verwerking, industriële innovatie en lokale productie blijven volgens economen daarom noodzakelijk.
De nieuwste cijfers maken duidelijk dat de Surinaamse houtsector nog steeds worstelt met dezelfde fundamentele uitdaging: hoe meer waarde te halen uit het bos, zonder uitsluitend afhankelijk te blijven van de export van ruwe stammen.