NEDERLAND - Internationale studenten leveren "ruimschoots" meer geld op voor de Nederlandse economie dan dat ze kosten, blijkt uit onderzoek van het Centraal Planbureau.

Dat komt doordat een deel hier blijft werken en veel belasting afdraagt. Nederland telde in het schooljaar 2025/2026 bijna 130.000 internationale studenten. Alle internationale studenten die hier komen vallen onder het Nederlandse zorgstelsel. Studenten uit de Europese Unie, Liechtenstein, Noorwegen, IJsland (EER-landen) en Zwitserland krijgen onder voorwaarden studiefinanciering. Toch leveren de studenten nog altijd meer geld op voor Nederland. Eenmaal afgestudeerd blijven ze steeds vaker in Nederland om te werken. "Vijf jaar na uitstroom uit het hoger onderwijs woont ongeveer één op de vijf EER-studenten en twee op de vijf niet-EER-studenten nog in Nederland", schrijft het Centraal Planbureau (CPB). Ook verdienen de hbo- en wo-opgeleiden uit het buitenland gemiddeld meer salaris dan de gemiddelde Nederlander. "Hierdoor dragen zij relatief veel belasting en sociale premies af." Studenten uit niet-EER-landen blijven vaker in Nederland na het afstuderen dan de studenten die van dichterbij hiernaartoe zijn komen. Daardoor leveren zij gemiddeld meer op voor de schatkist. Een wo-student uit een niet-EER-land draagt gemiddeld het meeste bij met 240.000 euro. (Nu)