PARAMARIBO – De strafzaak tegen de verdachte OW, beter bekend als Kappalani, krijgt op 12 augustus een vervolg. Tijdens de zitting van woensdag 8 juli heeft de verdediging de kantonrechter gevraagd de voorlopige hechtenis van de verdachte op te schorten, zodat hij volgens de raadsvrouw een laatste kans krijgt.

Het Openbaar Ministerie hield echter vast aan de eerder geëiste gevangenisstraf van vier jaar.
De zitting stond in het teken van het pleidooi van de raadsvrouw in de twee samengevoegde strafzaken. Tijdens haar betoog verzocht zij de kantonrechter de voorlopige hechtenis van haar cliënt op te schorten. Volgens de verdediging verdient de verdachte nog één mogelijkheid om zijn leven te beteren.
De officier van justitie verzette zich daartegen en vroeg de kantonrechter de verdachte te veroordelen overeenkomstig de eerder geformuleerde strafeis. Tijdens de dupliek bleef de raadsvrouw bij haar standpunt. Kappalani kreeg vervolgens het laatste woord en bood opnieuw zijn excuses aan voor zijn handelen. De kantonrechter besloot de behandeling aan te houden tot 12 augustus.
De verdachte staat terecht voor een reeks ernstige strafbare feiten, waaronder overtreding van de Vuurwapenwet, bedreiging, mishandeling, afpersing, poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling. De zaak sleept zich inmiddels al maanden voort en kende meerdere zittingen waarin getuigen werden gehoord, de verdachte werd verhoord en aanvullende stukken aan het dossier werden toegevoegd.
Tijdens de zitting van 20 mei formuleerde het Openbaar Ministerie zijn strafeis. De officier van justitie concludeerde dat onvoldoende bewijs aanwezig was voor enkele onderdelen van de tenlastelegging, waaronder een van de beschuldigingen van poging tot doodslag en twee feiten van poging tot zware mishandeling. Voor die feiten werd vrijspraak gevraagd. De overige ten laste gelegde feiten achtte het Openbaar Ministerie wel wettig en overtuigend bewezen. Op basis daarvan werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vier jaar geëist, met aftrek van de periode die de verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht.
Daarvoor vonden op 25 maart en 25 februari zittingen plaats waarbij respectievelijk de verdachte en een slachtoffer als getuige werden gehoord. Tijdens die verhoren kregen zowel de officier van justitie als de verdediging gelegenheid vragen te stellen. Ook bood Kappalani toen zijn excuses aan het slachtoffer aan. Op 25 maart overlegde het Openbaar Ministerie bovendien een aanvullende medische verklaring van het slachtoffer.
De huidige strafzaak ontstond nadat op 14 januari een nieuwe zaak tegen Kappalani werd aangebracht. Daarin wordt hij eveneens verdacht van poging tot doodslag, zware mishandeling, poging tot zware mishandeling en mishandeling. De kantonrechter besloot beide zaken samen te voegen, waarna het onderzoek werd uitgebreid met getuigenverhoren en aanvullende bewijsvoering.
Met de voortzetting op 12 augustus wordt duidelijk of de kantonrechter de verdediging volgt in haar verzoek om de voorlopige hechtenis op te schorten of dat de zaak direct richting een eindvonnis gaat.