
PARAMARIBO – Het Openbaar Ministerie (OM) en de Anti-Corruptie Commissie (ACC) hebben overleg gevoerd over de uitvoering en handhaving van de verplichte Verklaring van Inkomen en Vermogen (VIV).

Het gesprek vond plaats op 13 januari en richtte zich nadrukkelijk op de vraag hoe naleving van deze wettelijke verplichting effectief en rechtsstatelijk kan worden afgedwongen.
Namens de ACC namen voorzitter Ilse Krenten en commissielid Prem Jethu deel aan het overleg. Het OM werd vertegenwoordigd door procureur-generaal Garcia Paragsingh en de hoofdofficieren van justitie Niermala Maikoe, Claudia Bruining en Roline Gravenbeek. Aanleiding voor het gesprek waren knelpunten die de ACC eerder had gesignaleerd, waaronder de uiterste indieningstermijn, de omgang met (dreigende) termijnoverschrijdingen en de praktische inrichting van handhaving en vervolging.
De Verklaring van Inkomen en Vermogen is een wettelijk verplicht instrument waarmee aangewezen publieke functionarissen transparantie moeten geven over hun financiële positie. Het doel is het voorkomen en bestrijden van corruptie en belangenverstrengeling. De huidige wettelijke termijn voor indiening en registratie van de VIV loopt tot 17 februari 2026.
De ACC is op grond van de Anti-Corruptiewet 2017 belast met het toezicht op de naleving van deze verplichting. Zij monitort de voortgang, rapporteert over de naleving en adviseert over het handhavings- en vervolgingsbeleid. Het OM speelt daarbij een sleutelrol wanneer overtredingen leiden tot strafrechtelijke stappen.
Volgens beide partijen is het overleg in een constructieve sfeer verlopen. Afgesproken is om de onderlinge afstemming te intensiveren, zodat de uitvoering van de VIV-verplichting zorgvuldig, proportioneel en in overeenstemming met rechtsstatelijke principes plaatsvindt. Daarmee lijkt te worden ingezet op duidelijkheid vooraf, om strikte handhaving achteraf te kunnen legitimeren.

