PARAMARIBO – Het onderzoek naar de massale vissterfte in Boven-Saramacca bevindt zich in een beslissende fase. De eerste laboratoriumresultaten wijzen volgens minister Patrick Brunings...

van Olie, Gas en Milieu (OGM) op een vermoedelijke chemische oorzaak, terwijl de Nationale Milieu Autoriteit (NMA) benadrukt dat pas na afronding van alle analyses definitieve conclusies zullen worden getrokken. Binnen ongeveer twee weken worden de resterende onderzoeksresultaten verwacht, waarna duidelijk moet worden wat de oorzaak is van een van de ernstigste milieu-incidenten van de afgelopen jaren.
De NMA laat weten dat inmiddels de eerste resultaten van de wateranalyses zijn ontvangen. Deze vormen een belangrijk onderdeel van het integrale onderzoek dat wordt uitgevoerd in samenwerking met het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg (BOG) en de Pan American Health Organization (PAHO). De uitslagen van aanvullende analyses van sediment- en vismonsters worden binnen twee weken verwacht. Zodra alle gegevens beschikbaar zijn, zal de NMA deze integraal beoordelen, voordat een definitieve conclusie wordt bekendgemaakt.
Minister Brunings zegt dat de voorlopige bevindingen wijzen op een eenmalig chemisch incident. Volgens de bewindsman bestaat het vermoeden dat een opslagplaats of bassin met een chemische stof door hevige regenval is overstroomd, waardoor de vervuiling in de Moeroekreek terechtkwam. Daar zou vrijwel onmiddellijk een grote hoeveelheid vissen zijn gestorven, waarna de dode vissen met de stroming de Saramaccarivier zijn ingedreven en uiteindelijk richting de riviermonding zijn afgevoerd.
Hoewel deze hypothese steeds aannemelijker lijkt, waarschuwt zowel de minister als de NMA dat hierover nog geen definitieve uitspraken kunnen worden gedaan zolang alle laboratorium- en forensische onderzoeken niet zijn afgerond. De milieuautoriteit benadrukt dat het uitsluitend om deelresultaten gaat en dat voorbarige conclusies moeten worden vermeden. Direct nadat de massale vissterfte werd vastgesteld, adviseerde de overheid bewoners langs de rivier om voorlopig geen rivierwater te gebruiken en geen vis uit het getroffen gebied te consumeren. Tegelijkertijd verspreidde de NMA waarschuwingen onder de bevolking, terwijl het Nationaal Coördinatiecentrum voor Rampenbeheersing (NCCR) zorgde voor de distributie van drinkwater en voedsel aan de getroffen dorpen.
Omdat Suriname niet over alle benodigde laboratoriumcapaciteit beschikt, werden op 15 juli water-, sediment- en vismonsters met ondersteuning van de PAHO naar Frans-Guyana gestuurd voor gespecialiseerde analyses. Daarnaast is ook een laboratorium in Frankrijk betrokken bij aanvullend onderzoek. De resultaten van de vismonsters worden rond 10 augustus verwacht en moeten een completer beeld geven van de aard en omvang van de vervuiling.
Parallel aan het laboratoriumonderzoek loopt een uitgebreid forensisch onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie. De Environmental Crime Unit (ECU) van het Korps Politie Suriname onderzoekt verschillende locaties waar mogelijk chemische stoffen in het milieu terecht zijn gekomen. Volgens minister Brunings resteert nog één locatie die onderzocht moet worden, voordat het veldonderzoek kan worden afgerond.
De bewindsman noemt het incident een duidelijke waarschuwing voor Suriname. Volgens hem toont de vissterfte aan dat het land sneller moet kunnen beschikken over betrouwbare laboratoriumresultaten tijdens milieucalamiteiten. Daarom wordt samen met de PAHO gewerkt aan een evaluatie van de nationale laboratoriumcapaciteit.
Daarnaast wijst Brunings op het onlangs ondertekende memorandum of understanding (MoU) met TotalEnergies en Petronas, waarin ook investeringen in laboratoriumfaciliteiten zijn opgenomen. Tegelijkertijd pleit hij voor strengere controle op mijnbouwactiviteiten en een versnelde overgang naar duurzamere vormen van goudwinning, waarbij chemische stoffen veilig worden opgeslagen en het risico op vervuiling van rivieren en ecosystemen tot een minimum wordt beperkt.
De NMA benadrukt dat gedurende het gehele onderzoek de bescherming van mens en milieu vooropstaat. Samen met nationale en internationale partners blijft de autoriteit werken aan een zorgvuldig, objectief en transparant onderzoek. Zodra alle analyses zijn afgerond, zal de samenleving volledig worden geïnformeerd over de oorzaak van de massale vissterfte en eventuele vervolgstappen.