ANTARCTICA - Keizerpinguïns op Antarctica hebben door klimaatverandering mogelijk te weinig ijs om hun veren te vervangen.

Daardoor zijn ze niet bestand tegen de enorme kou van de oceaan. Mogelijk zijn daardoor al duizenden pinguïns overleden. Wetenschappers hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar de ruiperiode van keizerpinguïns op West-Antarctica. Tijdens de zomer zwemmen de dieren duizenden kilometers om stabiel zee-ijs te zoeken waar ze hun veren kunnen afwerpen, om vervolgens een nieuwe, waterdichte vacht te laten groeien.
Die ruiperiode vindt ieder jaar plaats en duurt zo'n dertig tot veertig dagen. De pinguïns verliezen in die periode tot wel 50 procent van hun lichaamsgewicht. Dat is mogelijk de gevaarlijkste periode voor de volwassen keizerpinguïns, omdat ze dan niet bestand zijn tegen de extreem lage temperaturen van de oceaan.
In de zomers van 2019, 2020 en 2021 was het zee-ijs relatief stabiel, waardoor de dieren genoeg ruimte hadden om hun ruiperiode uit te zitten. Maar tussen 2022 en 2024 nam het zee-ijs op Antarctica in korte tijd flink af, tot een historisch dieptepunt in 2023. Daardoor was het voor de pinguïns moeilijker om een geschikte plek te vinden waar ze in de rui konden gaan.
Wetenschappers vrezen dat duizenden pinguïns zijn doodgevroren door de kou. Satellietbeelden lieten zien dat er in 2025 veel minder keizerpinguïns op West-Antarctica waren dan verwacht. Mogelijk zijn sommige pinguïns naar het oosten van Antarctica getrokken om de rui uit te zitten, maar dat betekent dat hun broedpatroon verstoord is en dat er dus minder nieuwe pinguïns worden geboren.
De onderzoeksresultaten werden gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Communications Earth & Environment. Wetenschappers wijzen erop dat dit onderzoek aantoont dat de catastrofale gevolgen van de opwarming van de aarde soms subtiel en ongemerkt optreden. Vervolgonderzoek moet uitwijzen wat de invloed van die gevolgen op de populatie keizerpinguïns is. (NU)