
PARAMARIBO – Voor Suriname is de recente Amerikaanse aanval op en inval in Venezuela geen ver-van-onze-bed-show. In een regio waar kleine staten naast grootmachten bestaan, raakt deze ontwikkeling aan een fundamentele vraag: telt het internationaal recht nog of bepaalt steeds vaker de macht wie gelijk heeft.

Volgens de Partij voor Recht en Ontwikkeling (PRO) staat met de arrestatie van de Venezolaanse president Nicolás Maduro meer op het spel dan alleen de toekomst van Venezuela. “Dit raakt de kern van de bescherming waar landen als Suriname op steunen.”
De PRO wijst erop dat Suriname, net als andere CARICOM-landen, geen militaire spierballen heeft om zijn soevereiniteit af te dwingen. “Wij zijn afhankelijk van regels die voor iedereen gelden, groot en klein. Als die regels worden uitgehold, zijn kleine staten de eersten die dat voelen,” stelt de partij. De Amerikaanse actie tegen Venezuela wordt daarom gezien als een gevaarlijk precedent.
Daarom noemt de PRO de Amerikaanse aanval afkeurenswaardig, niet alleen vanwege Venezuela, maar vanwege de schade aan de internationale rechtsorde. De partij roept Suriname op om zich, samen met CARICOM, krachtig uit te spreken tegen deze inval. “Zwijgen kan soms verstandig lijken voor een klein land”, waarschuwt de PRO. “Maar zwijgen over een inbreuk op het internationaal recht heeft op termijn een hogere prijs. Vandaag Venezuela, morgen misschien een ander land. En op basis van welk recht?”
De Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva vatte het scherp samen door te stellen dat met deze aanval “een stap is gezet richting een wereld van geweld, chaos en instabiliteit, waarin het recht van de sterkste het multilateralisme verdringt”. Multilateralisme – het gezamenlijk oplossen van problemen via internationale organisaties en afspraken – vormt juist de basis van de internationale orde waar kleine landen op vertrouwen.
Centraal in het internationaal recht staat het beginsel van soevereiniteit. Staten hebben het recht om zonder buitenlandse inmenging hun eigen politieke koers te bepalen. Dat principe is vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties, dat het gebruik van geweld tussen staten verbiedt, behalve in uitzonderlijke gevallen: zelfverdediging na een gewapende aanval of met een expliciet mandaat van de VN-Veiligheidsraad. Volgens de PRO is in het geval van Venezuela aan geen van beide voorwaarden voldaan.
De Verenigde Staten rechtvaardigen hun optreden door te stellen dat drugssmokkel, waaronder cocaïne vanuit Venezuela, een ‘gewapende aanval’ vormt. Die redenering is volgens internationaalrechtelijke normen niet houdbaar. Ook het argument dat Maduro een crimineel zou zijn en geen legitiem staatshoofd, biedt geen juridische basis voor militaire interventie. “Zelfs als er ernstige beschuldigingen zijn tegen een regering, geeft dat geen enkel land het recht om een president met geweld te arresteren”, benadrukt de partij. “Als dat wel zo zou zijn, bepalen machtige staten voortaan wie mag regeren en wie niet”.
Volgens de PRO past de aanval in een bredere Amerikaanse koers waarin oude invloedssferen opnieuw worden opgeëist. Daarbij wordt verwezen naar de Monroe-doctrine uit 1823, waarin Latijns-Amerika werd gezien als de exclusieve invloedssfeer van de VS. Wat ooit bedoeld was om Europese inmenging tegen te gaan, lijkt nu opnieuw te worden ingezet om unilateraal optreden in de regio te rechtvaardigen. Die ontwikkeling heeft gevolgen die verder reiken dan Venezuela. Als de VS zichzelf het recht toekennen om militair in te grijpen in hun ‘achtertuin’, wordt het lastiger om Rusland of China te bekritiseren wanneer zij hetzelfde doen in hun regio’s. Zo verliest het internationaal recht stap voor stap zijn kracht, door het opstapelen van precedenten. Dat is slecht nieuws voor conflictgebieden als Oekraïne en Taiwan, maar ook voor kleinere, kwetsbare staten wereldwijd. De PRO benadrukt dat het verwerpen van militair ingrijpen niet betekent dat misstanden zoals dictatuur en onderdrukking genegeerd moeten worden.

