PARAMARIBO – President Jennifer Simons heeft tijdens de 50ste vergadering van staatshoofden en regeringsleiders van de Caribbean Community (Caricom)...

een krachtig pleidooi gehouden voor regionale eenheid, strategische economische diversificatie en rechtvaardige klimaatfinanciering. In haar toespraak benadrukte zij dat kleine staten alleen door hechte samenwerking geopolitieke en economische schokken kunnen weerstaan.
De president opende haar rede symbolisch in meerdere talen – Nederlands en Sranan – om de diversiteit van Suriname te onderstrepen. “Caricom is een eenheid, geen uniformiteit”, stelde zij, verwijzend naar de culturele rijkdom binnen de regio. Volgens haar is juist die verscheidenheid de kracht van het Caribisch gebied.
Als eerste vrouwelijke president van Suriname, inmiddels zeven maanden in functie, positioneerde Simons haar land nadrukkelijk als actieve partner binnen de regio. “Caricom is niet slechts een instituut, het is een familie”, verklaarde zij. Maar achter de warme woorden klonk een duidelijke boodschap: de internationale context verandert razendsnel en vraagt om gezamenlijke, strategische actie.
Volgens Simons staan kleine staten onder druk door economische volatiliteit, geopolitieke verschuivingen en klimaatverandering. Deze ontwikkelingen beïnvloeden dagelijks bestuur, begrotingskeuzes en toekomstperspectieven. “Regionale eenheid is niet optioneel, maar een noodzaak”, stelde zij scherp.
De president wees op de ingrijpende technologische transities die industrieën en arbeidsmarkten hervormen. Digitalisering, kunstmatige intelligentie en de groene transitie vragen om een fundamentele heroriëntatie van onderwijs en arbeidsbeleid. Het is volgens haar onvoldoende om jongeren enkel op te leiden; zij moeten worden toegerust met digitale vaardigheden, ondernemerschap en aanpassingsvermogen.
Simons pleitte ervoor jongeren centraal te plaatsen in de regionale agenda, met actieve betrokkenheid bij beleid rond onderwijs, technologie en innovatie. Zonder gerichte investeringen dreigt de regio achterop te raken in een wereld waarin kennis en technologie de toon zetten.
Een ander speerpunt in haar betoog was economische diversificatie. De regio moet inzetten op waardecreatie, versterking van productieketens en regionale industrieën. Dat betekent volgens Simons investeren in voedselzekerheid, infrastructuur, digitale connectiviteit en onderlinge handel om externe afhankelijkheid te verminderen. Suriname wil hierin een voortrekkersrol spelen door regionale samenwerking te intensiveren op het gebied van landbouw, industrie en ondernemerschap, vooral onder jongeren. Nieuwe samenwerkingsmodellen moeten leiden tot grotere zelfredzaamheid van het Caribisch gebied.
Opvallend was haar positionering van de opkomende Surinaamse olie- en gassector. Simons benadrukte dat deze sector geen doel op zich is, maar een middel voor bredere nationale en regionale ontwikkeling. De opbrengsten moeten strategisch worden ingezet voor economische diversificatie en milieubehoud. De energietransitie in de regio biedt volgens haar kansen om energiezekerheid te versterken en industriële ontwikkeling te stimuleren. Maar zij waarschuwde ook voor kortetermijndenken: zonder transparant bestuur en langetermijnplanning kan de sector meer risico’s dan voordelen opleveren.
Klimaatverandering noemde de president een existentiële realiteit voor het Caribisch gebied. Stijgende zeespiegels, extreme weersomstandigheden en erosie vormen directe bedreigingen voor economie en bevolking. Kleine eilandstaten dragen het minst bij aan wereldwijde uitstoot, maar ondervinden de zwaarste gevolgen. In dat licht pleitte Simons voor eerlijke, voorspelbare en toegankelijke klimaatfinanciering. Zij benadrukte dat Suriname een koolstofnegatief land is, dankzij zijn uitgestrekte bosareaal, dat meer CO₂ absorbeert dan het land uitstoot. Die bijdrage aan de mondiale klimaatdoelen moet volgens haar internationaal worden erkend en ondersteund.
Aan het slot van haar toespraak riep Simons de Caricom-leiders op om met hernieuwde vastberadenheid en duidelijke strategieën de toekomst vorm te geven. De regio moet volgens haar niet worden gedefinieerd door kwetsbaarheid, maar door veerkracht, creativiteit en gezamenlijke daadkracht.