Na de Champions League-nederlaag tegen Bayern München dreigt het seizoen van Real Madrid als een nachtkaars uit te gaan.

Voor het eerst in vijf jaar stevent De Koninklijke af op een jaargang zonder prijzen. 'Wie er niet in gelooft, kan beter in Madrid blijven', beet Álvaro Arbeloa van zich af.
Real is gewend aan het winnen van prijzen. Neem de Champions League, die vijftien keer meeging naar de Spaanse hoofdstad. Dit seizoen is alles anders. De strijd om het landskampioenschap lijkt beslist en tot overmaat van ramp ligt Bayern op koers om Real uit het miljardenbal te kegelen. De laatste keer dat de grootmacht geen enkele trofee in de prijzenkast kon bijzetten, was in het seizoen 2020-21.
Toen ging het mis tijdens de tweede ambtstermijn van Zinedine Zidane. In het coronaseizoen eindigde Real achter Atlético Madrid als tweede in La Liga, ging het in de halve finale van de Champions League onderuit tegen Chelsea en mondde het Copa del Rey-duel met Alcoyano uit in een blamage. Ook in de Supercopa bleef de finale buiten bereik.
Het is niet moeilijk om een parallel te trekken met het huidige seizoen. Een tweede plek in La Liga, uitgeschakeld in de Copa del Rey en de Supercopa. Ook in de Champions League dreigt het doek te vallen. 'Maar als er een ploeg kan winnen in München, is het Real Madrid', probeerde Álvaro Arbeloa de moed erin te houden op de persconferentie.
Arbeloa nam het stokje eerder dit seizoen over van Xabi Alonso, die moest wijken vanwege tegenvallende resultaten. Onder leiding van de interim-trainer gaat het niet veel beter. 'Maar ik denk dat we deze nederlaag met iets meer geluk hadden kunnen voorkomen. We leden twee keer balverlies op een moment dat het niet mocht, daar betaal je tegen zulke ploegen meteen de prijs voor.'
'Ik hou me vast aan mijn spelers en bewonder hun ambitie, de wil om niet te willen verliezen. Ik heb er vertrouwen in dat we in Duitsland kunnen winnen', zei Arbeloa richting de return van volgende week woensdag. 'We hebben laten zien dat we Bayern pijn kunnen doen en goals kunnen maken. Wie er niet in gelooft, kan beter in Madrid blijven.' (VI)