SUDAN - Een maaltijd per dag of zelfs pindaschillen, blaadjes of dierenvoer moeten eten: het is de dagelijkse realiteit voor miljoenen Sudanezen.

Een rapport van internationale hulporganisaties laat zien hoe de toegang tot voedsel voor Sudanezen steeds verder wordt afgesneden. "We vragen niet langer wat we gaan eten. We vragen wie er gaat eten", zegt een inwoner van Noord-Darfur in het rapport van Action Against Hunger, CARE International, International Rescue Committee, Mercy Corps en de Norwegian Refugee Council. De hulporganisaties maken na bijna drie jaar oorlog de balans op.
Woensdag is het drie jaar geleden dat de oorlog uitbrak tussen de Rapid Support Forces (RSF) en het Sudanese regeringsleger. De Verenigde Naties en hulporganisaties hebben de oorlog in Sudan bestempeld als de grootste humanitaire crisis ter wereld, maar het wordt ook gezien als een vergeten oorlog. Volgens het rapport kampen bijna 29 miljoen Sudanezen, ruim 61 procent van de bevolking, met acute voedselonzekerheid door de verwoestende oorlog. Dat is vijf miljoen meer dan anderhalf jaar geleden. Tien miljoen Sudanezen lijden aan ernstige of extreme honger. Door acute voedselonzekerheid weten mensen 's ochtends niet of ze die dag gaan eten, zegt Jojanneke Spoor, hoofd Humanitaire Hulp van CARE Nederland. "Doordat de oorlog al zo lang duurt, gaan ze meer risico's nemen, soms met gevaar voor eigen leven." Bijvoorbeeld dat ze naar buiten gaan, ook al weten ze dat ze onder vuur kunnen worden genomen. "Hoe meer honger je hebt, hoe wanhopiger je wordt", zegt ze. "En zeker voor vrouwen is dat extra gevaarlijk." (NOS)